Het MKW-traineeprogramma is vorig jaar gestart met de derde lichting van trainees. Niels is als trainee aan de slag bij Omnia Wonen. Martijn is zijn begeleider en tot voor kort ook leidinggevende. We spreken ze over het MKW-traineeprogramma. Wat heb je ervaren? Wat heeft je verrast? En welke uitdagingen zie je voor corporaties in de toekomst?

Wat waren je eerste indrukken bij je corporatie?
Niels: Het was best overweldigend. Ik kom net van de opleiding af, waar we van vak naar vak werken. Bij Omnia Wonen loopt alles al en stap je dus op een rijdende trein en iedereen praat ook nog in een taal die ik nog niet begreep. Ik was gewend dat ik al veel wist en dan kom je op een nieuwe plek en merk je dat je heel weinig weet. Dat was echt even wennen.

Toen ik een jaar geleden binnenkwam was het ook best onrustig. Er waren best veel personele wisselingen en dat zorgde dat het best intens was. Tegelijkertijd bevalt het werkende leven mij erg goed. Het werkritme pas mij eigenlijk veel beter dan het studeerritme.

Martijn: Ik werk sinds 2006 in de corporatiesector. Ik heb dus al wat corporaties van binnen gezien. Dit is mijn vierde corporatie. Het was voor mij in het begin best zoeken naar mijn rol als Manager Strategie & Organisatie tussen de directeur-bestuurder en de professionele hoogopgeleide collega’s van de afdeling in. En zeker omdat we een hoog verloop in personeel hebben gehad, zag je dat er meer mensen aan het zoeken waren; hoe doen we het hier eigenlijk? Wat is de werkcultuur?

Extra bijkomstigheid was dat het hier vrij normaal is om maar één dag op kantoor te komen, afstemmen en samen zoeken naar een nieuwe cultuur is dan extra ingewikkeld. Je loopt minder makkelijk bij elkaar binnen en moet veel meer plannen. Ondertussen zijn we twee jaar verder en ben ik net begonnen als Manager Wonen. Het is fijn dat er ondertussen een positieve energie zit in de organisatie en dat we elke dag bezig zijn om het beter te maken.

Niels, kan je mij iets vertellen over je opdrachten?
Ik ben begonnen met een assetmanager als buddy hier bij Omnia Wonen. Hij heeft mij begeleid in de organisatie en ik heb voor hem van alles mogen doen, kleine en grote opdrachten: complexstrategieën, beleid maken of verdiepen in warmtenetten. Na verloop van tijd heb ik ook opdrachten gedaan voor onze ontwikkelmanagers die zich vooral concentreren op de nieuwbouw. Best een brede inwerkperiode.

Op dit moment heb ik twee hoofdtaken. Onze assetmanagers zijn gebiedsmanagers geworden en dat vraagt een andere manier van werken. Mijn taak is het om te zorgen dat iedereen ongeveer op dezelfde manier die taak oppakt. Zorgen dat dingen gestroomlijnd gaan. Daarnaast doe ik alles wat met duurzaamheid te maken heeft. Zo maak ik samen met een beleidsadviseur duurzaamheidsbeleid. Als ik het in één woord zou moeten omschrijven: gevarieerd.

Wat heeft je verrast in dit traineeship?
Niels:Ik moet vaak best wennen aan nieuwe situaties. Dus ik dacht dat ik wel wat meer tijd nodig zou hebben om gewend te raken aan het werkritme en het kantoorleven. Gelukkig ben ik heel snel gewend geraakt aan de corporatie en de collega’s. Je krijgt echt tijd om er rustig in te komen.Wat mij bij het traineeship heeft verrast, is de onderlinge band die we als trainees met elkaar hebben. Bij het begin van het traineeprogramma wordt daarin ook geïnvesteerd. Het helpt dat je andere trainees kent en daar een goede vertrouwensband mee hebt. 

Martijn: Wat mij het meest heeft verrast is Niels zelf. Hij zit op een afdeling waar veel beleid wordt ontwikkeld, met vooral universitair geschoolde mensen die goed zijn in denken. Risico van dat vele denken is dat wordt vergeten om verbinding te maken met de rest van de organisatie. Niels zie ik vooral veel verbinding maken met andere afdelingen. Hij is heel actief met collega’s in gesprek. De collega’s waarderen dat enorm. Dat is echt een kunst die ik enorm waardeer. Vanuit gezonde interesse in de ander willen verdiepen. Complimenten Niels!

Niels is ook enorm betrokken en wil er echt wat van maken. Hij neemt ook zeker geen blad voor de mond. Tijdens een overleg durft hij ook te zeggen: ‘Waar zijn we nou mee bezig?’ En dat is dan confronterend, maar ook heel goed. Ik moet ook zeggen dat ik Niels niet meer zie als trainee. Hij heeft heel snel zijn plek gevonden en doet volop mee. Het is dat het traject 1,5 jaar duurt maar hij voelt al helemaal als collega. 

Wat vind je uitdagend aan het traineeship?
Martijn: Je merkt dat Niels heel graag wil en dat hij potentie heeft. Daar wil je als leidinggevende ook de ruimte aan geven maar dat heeft ook grenzen. We hebben een moment gehad dat Niels in mijn beeld te snel wilde. Daar hebben we echt goede gesprekken over gehad en onze inzichten met elkaar gedeeld. En dan komt ook de vraag op tafel; hoe ga je om met teleurstellingen. En hoe krijg ik hem als leidinggevende weer gemotiveerd en betrokken? Het is fijn dat we daar open over kunnen zijn tegen elkaar en geen spelletjes spelen.

Niels: Wat ik uitdagend vind is de interne politiek. Er worden in mijn beeld soms onlogisch beslissingen gemaakt die meer met politiek van doen hebben dan met logica. Ik weet dat het bestaat en erbij hoort maar ik vind het lastig dat het zo belangrijk is. Ik vind dat de keuze altijd in het belang moet zijn van de huurder.

Merk je effect van de trainingsdagen?
Niels: Ik vind de vakinhoudelijke dagen het interessants. Daar leer je echt van mensen die van buiten komen hoe de dingen werken in de corporatiesector. Daar ga je echt op een andere manier door kijken of dingen door snappen.

Ik heb de afgelopen jaren al veel geïnvesteerd in mijn persoonlijke ontwikkeling. Bij deze dagen van het traineeship was het in het begin fijn om samen een groep te worden en elkaar te leren kennen. Maar na drie keer hield dat voor mij wel op. Voor mijn medetrainees kan het heel anders zijn en juist heel waardevol. Maar voor mij was dat net wat minder.

Martijn: Volgens mij was het leermoment van dit traineeship vooral toen hij moest omgaan met de teleurstelling waar ik net over vertelde. Dat was best frustrerend voor Niels én ook heel leerzaam. Dat heeft juist alles te maken met persoonlijke ontwikkeling.

Ik vind de dagen voor leidinggevenden ook altijd erg mooi en interessant. Je krijgt nieuwe manieren aangeleerd hoe je naar zaken kan kijken, patronen kan doorbreken en ook ruimte kan geven aan creativiteit. De uitdaging is wel echt om dat toe te passen in de dagelijkse praktijk. Dat moet je dan ook echt gaan doen. Mijn ervaring is dat het enorm helpt als je dat ook doet.

Als jij nu bestuurder was, wat zou je doen?
Niels: Ik zou heel afwachtend zijn en heel veel vertrouwen aan medewerkers geven. Wel wil ik graag weten wat ze doen en daar ook betrokken bij zijn. Ik ga ervanuit dat iedereen hier komt met de beste intenties om het mooier te maken voor onze huurders. Ik wil luisteren naar hun ideeën daarover.

En in de afwegingen die we dan maken moet het belang van de huurder voorop staan. Dat heel zwaar laten meewegen. Je zit er niet voor jezelf. Dat is voor mij het ideaalplaatje.

Wat zijn de grootste uitdagingen voor corporaties in de toekomst? 
Martijn: Ik denk het personeelsverloop, daar maak ik mij wel druk om. Het is nu en de komende jaren verwacht ik ook, zo makkelijk om ergens anders aan de slag te gaan. Het is niet meer normaal om 20 of 30 jaar bij een corporatie te werken. Een hoog verloop is dus het nieuwe normaal. Maar hoe blijf je dan nog een eenheid die ook ruimte biedt aan verandering? Nieuwe mensen hebben ook nieuwe en interessante inzichten die de ruimte moeten krijgen.

Niels: Ik denk dat de grootste uitdaging financieel is. Er wordt zoveel van ons gevraagd. Het valt mij op dat we altijd de eerste moeten zijn om iets uit te proberen. Vaak deze voortrekkersrol op ons nemen. Terwijl wij ons werk doen voor de zwakste schouders in de samenleving namelijk die van onze huurders. Op lange termijn gaan we dat niet redden. Ik denk dat we vaker moeten afwachten tot de markt volwassen is geworden en dan pas investeren zodat wij de eerste kosten voor innovatie niet hoeven maken. Dan kunnen wij de huur laag houden, zorgen voor comfortabele woningen en alle ambities waarmaken.